Het jaar begon zoals alle andere. Met de voornemens om te gaan sporten, wat gezonder te eten, gewicht te verliezen, de dingen die je uitspreekt om middernacht als was het een nieuwjaarsbrief op de massief eiken tafel van tante Lut. Met june. hadden we net een ontegensprekelijk ambitieus jaar achter de rug, waarin voor het eerst maar niet voor het laatst wilde plannen werden gemaakt en nog wildere gekelderd. Ik reisde met mijn levensgezellin naar Stockholm om er Valentijn te vieren en er kringeltjes vrieslucht te ademen aan het Grand Hôtel, waar we haringeitjes aten en ipa en aquavit dronken. De liefde is een vreemd spektakel, en je zou er geen commerciële hoogmis voor moeten vandoen hebben op 14 februari. Maar het is wat het is, zei minister MDB, en het was een dooddoener zoals vele andere tijdens de afgelopen driehonderd dagen.

Op 11 maart wist ik dat er – pardon my french – stront aan de knikker was en stuurde ik de june. stagiairs naar huis. De 27februari had ik in Chambre Séparée gegeten, op 3 maart bij Traiteur Toulouse, de dag erna bij Benoit en Bernard Dewitte. Ik gaf tijdens de lunch op 3 maart de laatste zoen op de wang bij iemand die niet tot mijn intiemste kring hoorde, en ook dat was wat het was – de reden dat ik dit hier zo minutieus zit op te schrijven, is van licht neurotische aard; er is een tijd pre-corona en er zal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook een tijd post-corona komen. Dat betekent dat jonge mensen, als alles een beetje vlotjes gaat in hun levensloop, een onbetwiste vorm van nieuwe onbekommerdheid tegemoetgaan. Het betekent ook dat mensen van leeftijd moeten gekoesterd worden. De mate van beschaving wordt niet zonder reden afgelezen van de manier waarop een maatschappij met haar ouderen omgaat.

Het is vreemd hoe zelfs disruptieve rust went

Op 13 maart verloor june. zijn twee belangrijkste bestaansredenen. Het toerisme werd op slot gedaan en de horeca kwam in een neergaande spiraal terecht. Vlaanderen ontdekte takeaway en het was bijna ontroerend om zien op welke eigenwijze en hardnekkige manier restaurants met hun creativiteit omgingen. Ik besloot dat er twee wijzen waren om met de crisis om te gaan: wachten tot de storm overtrekt of leren hoe je nog het beste kunt dansen in de regen. We gooiden de homepage om op achtenveertig uur tijd. Ik werkte zestien uur per dag, gesterkt door de gedachte dat de levensgezellin waarvan sprake élke dag naar het front trok, als dokter in een geteisterd ziekenhuis.

Ik moet een jaar of acht geweest zijn toen moeder mij voor het eerst ‘Wacht maar tot het slechte tijden zijn’ toebeet. Ik geloof dat ze dat blijven zeggen is tot op haar sterfbed, en dat was – gelukkig voor haar, moet ik nu toegeven – nog een ruime poos voor corona. Ik kon me als uk niet voorstellen wat het zou zijn in oorlogstijd te leven, want dat was vast wat moeder met ‘slechte tijden’ bedoelde. Ik kan me niet inbeelden dat ze aan een virus had gedacht, en alles bij elkaar zou ze het voorbije jaar waarschijnlijk ook niet als ‘slechte tijden’ catalogiseren. Ik heb, en ik geef toe dat dit glad ijs is, in zekere zin ‘genoten’ van de eerste lockdown, net zoveel als ik de voorbije paar maanden hartsgrondig gehaat heb. Het is vreemd hoe zelfs disruptieve rust went.

Heel veel jongeren hebben het bijzonder lastig. Maar ik heb ook talenten zien ontwikkelen en warme initiatieven zien ontplooien

Je kunt lang sakkeren en twisten over hoe overheden en experten met deze chaos zijn omgegaan. Ik denk wel eens dat het ook maar mensen zijn, en dat ze ook maar wat proberen. Dobbelsteentje werpen. Restaurants dicht. De wind waait uit het westen. Reizen is gevaarlijk. Meninkjes. Tegenmeninkjes. Asociale ruzies op sociale media. Ik wil de grootste hebben. Profileringsdrang, mijnheer. Het is van alle tijden. Een beetje empathie en vriendelijkheid aan de basis, en we staan al een hele stap verder.

Ik wil geen absolute balans opmaken van 2020. Er surfen nu elke maand 25.000 mensen naar june.be en er volgen ons bijna 20.000 mensen op social media. Dat is fijn, en ik ben er ontzettend dankbaar voor. Maar ik wil geen slaaf worden van cijfers. Ik wil geen vazal zijn in een Facebookdictatuur, geen radertje in een bij momenten pervers spektakel van influencers en fake smiles. Cijfers zeggen niet alles. Voor mij is 2020 het jaar van de toekomst. Het jaar van de jeugd. Heel veel jongeren hebben het bijzonder lastig. Maar ik heb ook talenten zien ontwikkelen en warme initiatieven zien ontplooien. Ik ben er echt van overtuigd, en nu richt ik mij rechtstreeks tot wie tussen de 18 en de 35 is, dat jullie generatie een betere wereld zal vormgeven. Op de as van chaos en verdriet bouwen jullie hoop en perspectief. Laat dat mijn kerstwens zijn.

Namens het hele team bij june., voor en achter de schermen, wens ik jullie een inspirerend 2021. En een goede gezondheid.

Toni De Coninck
Hoofdredacteur