Beste reisperiode van het jaar? Hier en nu, denk ik op het hotelterras van L’and Vineyards, terwijl de zon zachte strepen trekt door het veld vol papavers en wuivend riet. Montemor-O-Novo is zo’n plek die je nog het liefst van alles wil inpakken in een pakje van zilverpapier om het mee te smokkelen naar huis, in de handbagage of zo. Het kan er in de zomer beestig warm worden – het meisje aan de receptie van het hotel gebruikt echt het woord ‘bestial’. Maar in het voorjaar, van maart tot mei, is het er rustig, lauwwarm met ochtendbries, nou ja, het weer waardoor je op een terras de gedachten krijgt die je krijgt.

Ik ben een beetje onder de indruk van L’and Vineyards, ik geloof dat het een van de mooiste hotels is waar ik ooit verbleven heb. Iemand moet een jaar of tien geleden gedacht hebben: ‘Weet je wat? Ik veeg mijn voeten aan de crisis in Portugal. Laat ons eens een hotel neerpoten dat zijn gelijke niet kent.’ Het resultaat is op zijn zachtst gezegd indrukwekkend, met hoge en dikke muren uit natuursteen die een terrein omsluiten waar suites als appartementen zo groot zijn gebouwd. Elk van de 22 suites meet 120 vierkante meter, en in sommige kun je met een druk op een knop boven het bed een bovenmaats elektrisch raam laten openschuiven, waardoor je sterren kunt tellen en de Virgo kunt zoeken, als die zich op dat moment al niet in de suite bevindt, tenminste.

Alles werd voorzien: een groot, maar naar mijn aanvoelen wat ongerieflijk bad in diezelfde natuursteen, een Nespresso-apparaat, een dockingstation voor je mp3-speler. In het salon kun je gemakkelijk een hele kleuterklas kinderen kwijt. ’s Avonds aan de dis beslis ik samen met mevrouw om elk een stukje L’and te kopen. Een vierkante meter of zo, dat kan de portemonnee nog wel aan.

L’and Vineyards werd ontworpen door de Braziliaanse architect Marcio Kogan. Hij mocht zijn gang gaan met het spel tussen wit en hemelsblauw, strakke lijnen, terracotta in de lobby. En omdat er wellicht nog wat budget over was, kon er ook nog een houten bankstel van de bekende Japans-Amerikaanse en in 1990 overleden ontwerper George Nakashima vanaf, waarop het ’s avonds heerlijk toeven is met port, madera of waarom niet, een gin & tonic.

Ik laat me vertellen dat bica eigenlijk een afkorting is, uit de tijd dat espresso populair werd in Lissabon

Evora ligt ’s anderdaags te soezen in de ochtendzon, met het gespin van een luie poes. Of zijn het de knalpotbrommers op de Avenida Tulio Espanca die je hoort? We parkeren de wagen aan het busstation, ook al omdat je met dat ding grote delen van de stad niet in mag. Aan de Porta da Raimundo gaan we rechtdoor, om via de Praça de Giraldo uiteindelijk de kathedraal te bereiken en ernaast de Romeinse tempel.

We starten het bezoek met gitzwarte espresso en koek in de Pasteleria Conventual Pao de Rala. Dametjes in een voorschoot met de kleur van azulejos voorzien ons van beijinhos (letterlijk: kusjes), queijinhos (kaasgebakjes) en encharcadas, waarbij je nog de volle kracht van het pas gebakken en met suiker gemengde eigeel proeft. Topper is de pao de rala, die zijn naam aan de bakkerij gaf. Het is een amandelgebak met sinaasappelschil en de textuur van lichtgegaarde pompoen, niet-zacht, niet-korrelig. Heren van stand komen er het verse brood halen, bom dia, obrigado. Twee dames vinden plaats in een hoekje, naast de relikwieën en de kerkelijke aankondigingen. Ze drinken bica, de Portugese espresso, minder hard en bitter dan de Italiaanse, drie in plaats van twee vingers hoog, altijd genuttigd met een handvol suiker. Ik laat me vertellen dat bica eigenlijk een afkorting is, uit de tijd dat espresso populair werd in Lissabon maar men het drankje toch wat te sterk vond. Beba Isso Com Açucar, adverteerden de koffiebars. Drink dit met suiker. B.I.C.A. Uma bica.

Aonde vais, caminhante, acelerado?

Van de Rua do Cicioso gaat het staduitwaarts, richting Capela dos Ossos. Ik wik mijn woorden omdat ik niet lichtzinnig met superlatieven omga: het is een van de meest indrukwekkende monumenten die ik ooit in mijn leven gezien heb. Zelfs mevrouw, anders een springveer, wordt rustig en contemplatief, en vindt dat zij hier niet langer hoeft te vertoeven dan strikt noodzakelijk. Voor ons ontvouwt zich een schouwspel van duizenden monnikenbeenderen, aan elkaar gehaakt, op elkaar gestapeld als was het een kunstwerk in mikado. De Franciscanermonnik die de kapel ontwierp moet zin voor geometrie en symmetrie hebben gehad, want de wanden met beenderen worden decoratief doorbroken door structuren van mensenschedel. Het geheel oogt vanop afstand als een soort hangende straat met kleine kasseistenen. Ik denk even dat het woord ‘kinderkopjes’ hier wel heel erg van toepassing is, maar houd er verder het zwijgen toe.

Maar waarom toch, gids Lucia, vertel ons waarom iemand op dit afgrijselijke idee komt? ‘Het gebeurde tijdens de zestiende eeuw,’ antwoordt ze, stil en ingetogen. ‘De sfeer was die van de contrareformatie. De monnik wou naast de Sint-Franciscuskerk een kapel bouwen die zijn medebroeders zou aanzetten tot stil gebed. Hij wou hen de boodschap geven dat het leven maar een overgang is.’
De boodschap klinkt vijf eeuwen nadien nog steeds actueel, vooral als je boven de ingang leest: Nos ossos que aqui estamos pelos vossos esperamos. Wij, de beenderen die hier zijn, wachten op die van u. Op het plafond staat dan weer in het Latijn te lezen: melior est die mortis die nativitatis. Beter is de dag van de dood dan die van de geboorte. Het waren zwaarmoedige jongens, die Portugese Franciscanermonniken. Ik blijf nog even hangen – toegegeven, élk woord klinkt hier een beetje dubbelzinnig – bij het aangrijpende gedicht van parochiepriester Teles, in een houten kader aan een pilaar:

‘Aonde vais, caminhante, acelerado?
Para… nao prossigas mais avante;
Negocio, nao tens mais importante,
Do que este, à tua vista apresentado.’

(Waar ga je zo snel naartoe, reiziger? Stop even, ga toch niet verder. Je hebt toch niets belangrijker te doen. Dan dit, dat je hier voor jou ziet.)

Dat heb je met de Alentejo, dat met name de historische draagkracht van Unesco-erfgoed zo vlotjes en op één dag te combineren valt met design, avantgarde architectuur en jonge, hippe wijnbouwers. De regio is niet groot, vanaf Evora ben je in één tot anderhalf uur in Lissabon, of in het andere geval Spanje of de Algarve.

Langs kurkeiken, de bast zo donker als tabak, rijden we naar Estremoz, hoog op de heuvel in dambordpatronen van grijszwart en vuilwit. Onderaan, in het keteldal, lijkt een ruimteschip te zijn neergedaald. Het is het wijndomein van Tiago Cabaço, dat in geen schriller contrast kan zijn met het kasteel boven in de stad. ‘Dat ben ik geneigd te ontkennen,’ lacht Chief Operating Officer Maria Neutel kuiltjes in haar wangen. ‘We proberen in alles wat we ondernemen een perfecte harmonie na te streven met de geschiedenis die ons omringt. Ons nieuwe gebouw valt inderdaad op, maar dat komt door de rust dat het uitstraalt, niet door overdaad. Het is een beetje een 21e-eeuws kasteel.’

Respect voor geschiedenis en erfgoed zit in het dna van de Portugezen. Tiago Cabaço oogst en vinifieert de wijnen nog steeds met de hand, of in het geval van de extractie, met de voet. De druiven worden hier nog steeds zachtjes gekneusd en geplet in vijf zgn. lagares, kuipen waarin je tijdens de oogst dan tientallen vrijwilligers met opgestroopte broek ziet op en neer dansen, tot het vocht zich onderaan in de tank verzamelt.

Zo traditioneel de methodes, zo modern de marketing. De wijnen heten .com, .beb, en blog. Dat klinkt als programmeertaal, niet als een wijn, Maria? ‘Wij waren de eersten om op dat idee te komen,’ vertelt Maria. ‘Een naam als .com oogt zeer internationaal.’ En lekker, ondervinden we tijdens de proeverij. De witte .com heeft druiven als arinto, roupeiro, antao vaz, viognier en verdelho. Heel elegante wijn, vlotte doordrinker, nauwelijks vier euro. De .beb ligt drie maanden op eik, dat doet de expressie van de delicate viognier al beter tot haar recht komen. De rode .com en .beb worden ook gemaakt op basis van lokale druiven: touriga nacional, trincadeira, aragones en wat cabernet sauvignon als bindmiddel. De .beb heeft ook syrah en alicante bouschet, en mag al zo’n 7,5 euro kosten. Nog steeds een koopje. We proeven tot slot de topwijn Blog, in 2009 verkozen tot beste wijn van de Alentejo, en 3beste wijn van Portugal. In het glas komt een mengsel van alicante bouschet, touriga nacional en syrah, waarvan de helft op nieuwe eik werd opgevoed en de andere helft op eik van twee jaar oud.

’s Avonds eten we bij Margarida Cabaço, in het restaurant Sao Rosas, in het centrum van Estremoz. Er komen tuberas op tafel, knolletjes uit de truffelfamilie, met knoflook en olijfolie; wilde asperges met roerei en chorizo; portobello met scampi gevuld; gekonfijte patrijs, gedurende vier tot vijf uur zachtjes gebraden met olijfolie, knoflook, azijn, selderij en zwarte peper; lam in rode wijn, ook kalfswang in rode wijn gesmoord; tot slot, als toetje, drie soorten cake: toucinho do ceu, pao de lo de Alfeizerao en pudim de agua de Estremoz. Die laatste bibbert zachtjes heen en weer als Margarida de bordjes laat aanrukken.

Je saudade verdrinken mag al wat kosten

Het is goed zo. De Alentejo ligt me, past me als gegoten. Ik kan ook begrijpen waarom mensen de vergelijking maken met Toscane. Dezelfde glooiende heuvels, dezelfde koppige karakters, dezelfde passie voor lekker eten en drinken. ‘Portugal maakt een ernstige financiële crisis door,’ vertelt Maria Roquette van het beroemde domein Herdade do Esporao. ‘Maar wij zijn niet die luie mensen waarvoor we soms in Noord-Europa worden versleten. Er wordt hier zeer hard gewerkt. Innovatief gedacht, creatief. Men is niet blijven stilstaan, zoals ten onrechte wordt gedacht. Die crisis bot onze ijver niet af, alleen de perceptie is nog al te hardnekkig.’

We dromen weg op het terras van de Herdade, nog zo’n instituut dat al eeuwenlang bestaat. Sinds 1267, om precies te zijn. Je bezoekt er het archeologisch complex, maar net zo goed de ultramoderne kelders en het sympathieke restaurant met zicht op de wijngaarden. Herdade do Esporao pionierde al in wijntoerisme toen de meeste andere wijnhuizen nog niet eens aan het planten waren. Dat maakt van hen de grote jongen in de Alentejo, met schier-Californische allures, en een zekere noblesse. Het zijn wat je ‘global winemakers’ noemt, met een aanwezigheid in elk gamma van de wijnwereld. Van de vlotte, toegankelijke Monte Velho-wijnen aan 4 à 5 euro tot de gespierde private selection aan 33 euro. Je saudade verdrinken mag al wat kosten.

Praktisch

Verblijf

We huurden gedurende een week de vakantiewoning Casa Singular, en droomden elke avond weer weg bij de zonsondergang. De tweede week verbleven we in het vijfsterrenhotel L’and Vineyards, dat in België onder meer door Caractere wordt verdeeld.

We huurden een handige en fraaie Mercedes GLA via Sunny Cars, en vonden zowel de service als het comfort uitermate voordelig. Bij Sunny Cars geniet je steeds van een all inclusive prijs, geen verrassingen op de bestemming of achteraf. #meteenhuurautoziejemeer #rentasmile #spon

De Alentejo strekt zich uit van net onder Lissabon tot aan de Spaanse grens in het oosten en de Algarve in het zuiden. De regio kan zeer warm worden tijdens de zomer, ook aan de kust. Meer info via visitalentejo.pt.