I’ve got my ticket for the long way ’round
The one with the prettiest of views
It’s got mountains,
It’s got rivers, it’s got sights to give you shivers
But it sure would be prettier with you
When I’m gone
When I’m gone
You’re gonna miss me when I’m gone
You’re gonna miss me by my walk
You’re gonna miss me by my talk, oh
You’re gonna miss me when i’m gone

(When i’m gone – Anna Kendrick)

‘Je moet ze doorprikken!’
‘Je moet ze héél laten!’
‘Je moet je voeten met isobetadine behandelen en aan de lucht laten drogen!’
‘Je moet ze met vaseline invetten!’
‘Compeed!’
‘Zeker géén Compeed!’

Zoveel pelgrims, zoveel adviezen als het gaat om de beste voetverzorging voor blaren, waar bijna iedereen die de Camino doet wel een keer last van krijgt. Ik ben in Los Arcos als ik besluit dat het tijd is om er iets aan te doen. In het slaapzaaltje van Casa de las Abuelas installeer ik mij op de vloer met mijn gerief: nagelschaartje, vijl, veiligheidsspeld, jodium en desinfecterende crème… Mijn mini-operatiekamer is gereed. Vakkundig doorprik ik de twee bleinen onder mijn voetzolen aan twee kanten zodat het vocht eruit kan. Naald en draad, zoals een pelgrim mij had aangeraden, heb ik niet, maar zo gaat het ook. Een knappe jongen die ik in gedachten Antonio Banderas heb genoemd komt over mijn schouder mee kijken. ‘Oh maar dat is niks!’, zegt hij glimlachend. ‘Kijk wat ik voor heb’, en hij toont mij de onderkant van zijn voeten waar blaren ter grootte van een kinderhand prijken. Ze zijn bovendien wit uitgeslagen. Ik probeer het beeld van mijn netvlies te wissen. Pablo uit Zamora, zo stelt hij zich voor, loopt dan ook gemiddeld 40 km per dag! Hij gaat het dorp in en biedt aan om speciale tape voor mij te kopen. Het blijkt niet nodig. De pijn is meteen weg en de volgende dag loop ik als op wolkjes, vanaf nu met sokken in mijn sandalen (blote voeten in sandalen was een vergissing en de oorzaak van de blaren). Het enige risico dat ik nu nog loop, is gearresteerd worden door de modepolitie!

Elke pelgrim met wie het onderweg klikt, sla ik op in mijn adressenboek met als achternaam ‘Camino’

Toen ik nog geen Spaans sprak, en eens samen met mijn ouders op vakantie was in Andalucía, dacht ik dat ‘camino’ kachel of haard betekende (wellicht omdat ik het associeerde met het Franse cheminée) en op een bepaalde manier ís dat ook zo. Ik ben al een paar weken onderweg als ik merk dat de Camino mijn huis en haard is geworden. De rugzak met praktische benodigdheden – een luttele 7 kg en gaandeweg minder omdat ik weleens wat vergeet – is mijn enige bezit. Ik denk tijdens mijn dagelijkse wandelingen trouwens vaak terug aan vroeger en langzaam valt alles op zijn plaats. Het wandelen – 20 tot 35 km per dag – is één lange meditatie, temeer daar ik meestal alleen stap. Het is niet eenvoudig iemand te vinden met exact hetzelfde wandelritme. Op Speedy González Pablo/Antonio raak ik al snel achter. Inmiddels loop ik zélf anderhalve dag vóór op de Nederlandse Maartje. We zagen elkaar voor het laatst in het schitterende Burgos waar we een hotelkamer deelden (de albergues waren er gesloten). Zij was één van de eerste pelgrims die ik tegenkwam, al op dag twee. En de eerste ontmoetingen, als alles nog nieuw en vaak ook fysiek zwaar is, blijven aan je ribben plakken. En dus blijven Maartje en ik in contact via whatsapp. Elke pelgrim met wie het onderweg klikt, sla ik op in mijn adressenboek met als achternaam ‘Camino’. Langzaam groeien we uit tot één grote wandelfamilie.
Maartje is eigenares van een aantal foodtrucks waarmee ze catert op (pop)festivals in het zuiden van Nederland. De hele culturele sector ligt op zijn gat, en foodtrucks zijn verboden. Dus Maartje is haar werk kwijt. Ze is er ogenschijnlijk positief onder. Laconiek bijna, terwijl het toch pijn moet doen als we de derde dag ‘s ochtends langs de weg aan een tafeltje bij een foodtruck onze ochtendkoffie drinken samen met Johnny, een Ierse pelgrim die een gitaar mee zeult en waarschijnlijk om die reden nogal traagjes wandelt. Dat Maartjes hart eigenlijk in de natuurgeneeskunde ligt, helpt. Tot dat inzicht is ze onderweg (weer) gekomen. Ze was naar eigen zeggen een tijdje ‘van haar pad af’. Een jaar of tien, eigenlijk, waarin ze samen met haar partner een succesvol cateringbedrijf uitbouwde. Een relationele kink in de kabel was één van de redenen voor Maartje om haar rugzak te pakken en tegelijk ook de trein naar Saint-Jean. Het is wonderbaarlijk hoe de Camino klaarheid schept. Heuvel op, bergaf, stad in dorp uit. De wijnvelden van La Rioja en de uitgestrekte campo’s met graan en maïs van La Meseta bieden inzichten die je thuis niet krijgt. Ik wandel alleen over die eindeloze vlaktes en af en toe komt er een spraakbericht binnen van Maartje dat mij hardop doet gieren van het lachen. Ze vertelt smeuïg over haar leven en liefdes, en over haar allereerste pelgrimstocht naar een berg in Indonesië – waar ze een paar jaar heeft gewoond en ook de vader van haar kinderen ontmoette. Boven op die berg, in een tempel, stelde ze een vraag. Wát te doen met haar leven. De guru vertelde haar dat ze mensen moest genezen, als naturopaat. Ze had gezegd: ‘Maar…’
Maar er was geen maar. Het was alles of niets. Vorig jaar rondde ze eindelijk haar studie natuurgeneeskunde af. Maar… er was nóg iets dat afgerond diende te worden. Een relatie van tien jaar. Dat doe je niet zomaar eventjes. Daar doe je soms wel 800 kilometer over.

Ik hoop dat hij voor haar de rest van de wandeling zo licht als een veertje maakt

Wat mijzelf betreft: de weg naar Santiago biedt mij ook helderheid. Ik heb geen grote ommezwaai voor de boeg, geen bocht van 180°. Ik tel onderweg mijn zegeningen en vier mijn leven. Na de dood van mijn moeder zei mijn stiefvader ‘Het leven is aan de levenden’. Ik vond dat toen nogal hard, vooral omdat hij na een jaar al aan het daten was op internet en daarvoor mijn hulp inschakelde. Maar hij had wél gelijk. Ook in het licht van de pandemie die mijn Camino zo rustig en uniek maakt, is het enige wat we kunnen doen naar buiten gaan en het leven vieren.
Vandaag – ik ben inmiddels al in Villafranca del Bierzo, een zálige wijnstreek met snoezige dorpen en een microklimaat, waar ik zéker nog eens terug wil komen met de liefde van mijn leven – kreeg ik een berichtje van Maartje. Ze heeft in León een paar dagen rust moeten pakken wegens een ontstoken scheenbeen. Maar ze stelt het goed. Johnny gitaarman is met de bus naar León gekomen om haar gezelschap te houden. Ik zie ze al samen op Plaza Santa Maria del Camino: Johnny die serenades op zijn gitaar tokkelt voor de peregrina van zijn dromen. ‘Mijn verlosser’, noemt ze hem. En ik hoop dat hij voor haar de rest van de wandeling zo licht als een veertje maakt.

Ontdek nog meer artikels over ...