We zijn een volk van plantrekkers en je m’en foutisten. Van surrealisten en mismoedige sjacheraars. De Belg, mijnheer, dat is de opa die op zaterdagochtend langs de zijlijn staat om de scheidsrechter bij de min-dertien de huid vol te schelden. Met een gemoed dat mettertijd zwaarder weegt dan het verstand, een nijdige trek om de lippen, het hart dat twijfelt tussen zuur en bitter. Nee, het is geen prettig begin van deze column op maandag, maar ik meen er alle reden toe te hebben. Terwijl u dit leest, kunnen vele bedrijven weer de machines op gang trekken, het stof van de klavieren poetsen, liters ontsmettingsmiddel naar de kantine slepen. Je kunt er donder op zeggen dat ploegen van het VRT- en VTM-nieuws een ritje zullen meerijden in een trein of tram, en dan zien we vanmiddag wel hoe het verloopt in onze anderhalvemetereconomie.

In disruptieve tijden kan de slinger heel snel naar de ene kant uitgaan. Maar net zo goed de andere kant. Je kunt uit een crisis als deze de les trekken dat we minder moeten consumeren, meer solidariteit tonen, telewerken, digitaal innoveren, werken aan een toekomst waar mijn kinderen van 17 en 15 nog een beetje perspectief zien. Maar je kunt ook zo snel als mogelijk weer tot de orde van de dag willen over gaan, spelletjes politique politicienne spelen, het land splitsen, meer macht geven aan grootindustriëlen. Dat is het grootste gevaar van de weken na corona. Duizenden vrijwilligers hebben hun verdomde best gedaan, en ze dreigen met lege handen uit de crisis te komen. Opzijgezet als een stelletje naïeve wereldverbeteraars. Door een logge machine die er maar niet in slaagt de roest van zich af te schudden.

Ja, ik ben kwaad. En bang. Want we zijn maar an inch verwijderd van totale chaos. De apothekers zijn boos, want ze staan al zeven weken in de frontlinie en niemand heeft er ook maar een seconde aan gedacht hen een bedankje te sturen. De horeca is woedend, want ons sociale stelsel duwt mensen naar de uitgang. Naar schatting 40% van alle restaurants en cafés zal de coronacrisis niet overleven. 1,2 miljoen mensen maken op een of andere manier gebruik van het systeem van technische en economische werkloosheid, en de boeren moeten godbetert Roemenen laten overvliegen omdat geen Vlaming bereid wordt gevonden de rottende frambozen van hun plant en asperges uit de grond te trekken. Want we staan liever aan de zijlijn om de scheidsrechter wat naar het hoofd te slingeren.

Er ontstaat op de asse van de oude een nieuw soort economie, die ik na corona niet helemaal zie verdwijnen

Dit land moet fundamenteel beter en duurzamer. De politiek biedt geen kwaliteit omdat de politiek geen kwaliteitsvolle mensen meer aantrekt. Waarom zou je als empathische, geëngageerde burger nog deel willen uitmaken van een cynisch allegaartje? En ze begrijpen het niet. Zelfs nu, op dit moment, wordt het spelletje tussen volmachtencoalitie en oppositie gespeeld. Wordt achter de schermen al druk overlegd hoe snel we naar verkiezingen kunnen. Is dat het waar mensen mee bezig zijn? Met moeten luisteren naar wie op welk niveau en in welke fase nu precies verantwoordelijk is voor mondkapjes en de distributie ervan? Mag ik een beetje kwaad en bang zijn?

Bij june. werken we op onze beurt aan de entry-strategie. De toegang naar een betere wereld. Een beetje jongensachtige naïeviteit is ons niet vreemd, warempel. We hadden enkele weken geleden al aangekondigd dat we op maandag 4 mei stilaan weer reisinspiratie zouden brengen en dat is wat we voorzichtig ook gaan doen. Met focus op eigen land en zachtjes aan de buurlanden en wat later ook de verdere bestemmingen. We beseffen als geen ander dat toerisme per definitie geen duurzame economie is. Je moet nog altijd naar Canada of IJsland vliegen als je daar een ‘duurzame’ vakantie wilt doorbrengen. Dat kun je natuurlijk compenseren, door je uitstoot te vergoeden, door ter plaatse zo weinig mogelijk footprint achter te laten. Maar je moet wel in dat vliegtuig. We gaan daar niet hypocriet over doen en we zullen het dus ook niet doodzwijgen.

Ik heb de voorbije weken ook ontzettend veel mensen initiatieven zien nemen om hun business te redden of om een toegevoegde waarde te bieden. Chefs werken samen met cocktailmasters, ontwikkelen in geen tijd speciale dozen of verpakkingen. Er ontstaat op de asse van de oude een nieuw soort economie, die ik na corona niet helemaal zie verdwijnen. Omdat ze op enthousiasme drijft. Dat is wat mij afschrikt in de toekomst van België, dat is dat we na de tegenstellingen arm-rijk en (het absurde) links-rechts nog een nieuw tweestromenland te verwerken krijgen: dat van de mensen die iets doen en de mensen die daar iets van vinden.

Toni De Coninck
Hoofdredacteur

Ontdek nog meer artikels over ...