Ik praat zelden over collega’s. Het is contraproductief en dikwijls niet erg slim. We zijn allemaal mensen met kwaliteiten en gebreken, kennen goede en slechte dagen, en proberen een zeker niveau van kennis om te zetten in professionele, lees- en behapbare content.
De heisa rond de meest recente avonturen van Luc Bellings aan de kust heeft echter een grote impact op de uitstraling en de ethiek van het beroep waarvoor we per definitie ooit hard en veel gestudeerd hebben. Ik heb geen twijfel bij de kunde van de heer Bellings. Hij is nog steeds een chef met verstand van zaken. Maar ik hekel de manier waarop de polarisering ook in de culinaire journalistiek is doorgedrongen, en het goed betaalde platform dat de krant Het Laatste Nieuws daarvoor ter beschikking stelt. Een (ex-)collega 0 op 10 geven, getuigt van aandachttrekkerij en een schier perverse nood aan clickbait.
Ik heb de tijd meegemaakt dat er tien, vijftien culinaire journalisten in Vlaanderen waren. Dat bijna-monopolie was voor alle duidelijkheid niet goed. Die machtsconcentratie kon een restaurant kraken nog voor het goed en wel van start ging. Dat gebeurde in de jaren 90 van de vorige eeuw dus ook al, maar het gebeurde wél door mensen met een journalistieke opleiding.
Anno 2025 heb je twee soorten mensen: zij die iets doen, en zij die daar iets van vinden
Vandaag kan elk konijn met een hoedje een restaurant beoordelen, gespeend van enige kennis, op platforms als Tripadvisor of op eigen blogs en sociale mediakanalen. Dat is verwarrend voor de lezer of volger. Er is nauwelijks nog kwaliteitscontrole. Wie het hardst roept of het vinnigst oogt, gaat doorgaans met de aandacht lopen. We mogen alles bij elkaar niet vergeten dat een restaurant – ook die met een slechte dag – kleine tot middelgrote ondernemingen zijn die aan het eind van de maand hun leveranciers, gas en elektriciteit en belastingen moeten betalen. Een 0 uitdelen lijkt dan een soort van georkestreerde broodroof. Praat met de chef, geef tips en advies, probeer de ervaring te kaderen. Rijd desnoods een keertje terug om een paar van die vermaledijde sliptongen te eten.
Kun je dan niet slécht tafelen in België? O jawel hoor. Ik had heel onlangs nog zo’n ervaring, met een avond waarop alles in het honderd liep, obers alle kanten uitliepen behalve naar de juiste tafel, de visschotel om te huilen was, en waar je geen liefde voelde voor gastvrijheid.
Moet je je lezer daarvoor waarschuwen met een nul? Ik verkoos om het niet te doen. Ik ga graag terug in het laagseizoen, wanneer de chef in zijn keuken misschien geen veertien à la carte gerechten tegelijk moet bereiden, en de slecht voorbereide jobstudenten weer op de schoolbanken zitten – met alle liefde voor de studenten overigens.
Bellings is nog de kwaadste niet. Maar hij koos een speelveld dat met mijnen bezaaid ligt. Anno 2025 heb je twee soorten mensen: zij die iets doen, en zij die daar iets van vinden. Het is, naar mijn aanvoelen, geen grote moeite om dat met empathie en wijsheid te doen. Er zijn al te veel brulboeien in de wereld.
Door Toni De Coninck.