Ik besef dat ik niet eens het noodnummer ken of het dichtstbijzijnde ziekenhuis weet liggen maar Abel weet wat hij doet

We beginnen net de ziel van dit huis te doorgronden als we het bericht ontvangen dat we twee maanden de tijd krijgen om de bomen in een straal van 25 meter rondom ons huis te verwijderen. Damn. Dit huis ligt ingegraven tegen een bergwand vol eucalyptusbomen en dat terwijl wekelijks het gras maaien in België al een probleem vormde…

We bellen naar Abel, een oude, Portugese vriend van Davy die al twintig jaar lang crepi op de Vlaamse buitenmuren aanbrengt. Of hij even met zijn kettingzaag langs kan komen alvorens hij naar opnieuw naar België vertrekt.
“Dat moet ik  eerst met mijn vrouw bespreken, zij is de baas thuis,” antwoordt hij. We vernemen wekenlang niets meer van Abel tot we op een zondagmiddag thuiskomen en hij in onze ‘tuin’ volop bomen aan het vellen is. Ik krijg een bijl toegewezen met als raad om niet in mijn been te kappen en het is aan mijn tennislessen te danken dat ik bij het doorhakken van een tak de reflex heb om op het nippertje mijn scheenbeen te vermijden.

Abel gaat als een razende tekeer en om de vijf minuten kraakt er ergens wel een boom voor de laatste keer. Davy loopt als een gek met spanbanden achter hem aan om die op tijd rond de volgende stam te binden. Ik besef dat ik niet eens het noodnummer ken of het dichtstbijzijnde ziekenhuis weet liggen maar Abel weet wat hij doet. Terreinen ruimen zit in het bloed van iedere rechtgeaarde Portugees. Net zoals het gevecht tegen de jaarlijkse bosbranden.

Overal liggen eucalyptusbomen en naaldbomen. Bij het aanschouwen ervan vraagt Abel verontwaardigd waar onze surfvrienden zijn. “Vrienden helpen elkaar bij dit soort dingen.” We hebben het hen niet gevraagd. Al kan een bak bier soms wat volk lokken; Belgen trekken liever hun plan of betalen iemand voor de klus.
Maar Abel heeft er geen oren naar en hij hangt al aan de telefoon met zijn neefje: “Rui! Rep je kont naar hier en zorg dat je nog iemand extra meebrengt, onnozelaar!” Hij moet lachen en drukt af in het volle vertrouwen dat Rui zijn ‘wens’ zal inwilligen. Respect voor ouderen is hier heilig.

Ondertussen hopen we alle uitlopers, takken en bladeren als hutjes op elkaar en steekt onze Portugese vriend de hele zooi in brand. Wanneer Rui met zijn vriendin Mónica arriveert, laaien de vlammen hoog op. Het is zwaar werk. Davy en Rui voeren dikke takken aan, Mónica en ik houden de haarden onder controle en Abel maakt brandhout van de gestripte stammen. Ons eigen brandhout. Ook dat is nieuw en vol onzag kijk ik naar de groeiende stapel… One step closer to an off-grid life.

Bij valavond moet het vuur doven en gooien de Portugezen chorizo op de kolen. We zitten moe en geblakerd op de grond naar de vlammen te staren. In onze hand, een frisse pint. Op de achtergrond rust de vallei die we voor het eerst vanop het hoogste terras kunnen aanschouwen. Ik knipoog naar Davy. “Onze vuurdoop,” fluister ik.
“Meer Portugees dan dit wordt het niet,” antwoordt hij.
Als Rui en zijn vriendin vertrekken por ik Davy aan om hun een vette fooi te geven: “Dat is het minste toch? We kennen die mensen niet eens.”
Ze weigeren beleefd. Abel kijkt ons vanachter zijn stuur aan, neemt zijn pet van zijn hoofd en krabt in zijn haar. “Onnozelaars,” zegt hij en hij stuift in een rotvaart weg.