‘Wist je dat de pastel de nata haar eigen spreekwoord heeft?’ vraag ik aan een vriendin via de telefoon. “Noiva que come pastel, não tira mais o anel.” Een bruid die een pastel eet, neemt nooit meer haar ring af.’

Davy en ik kregen het aan de stok met elkaar. De quarantaine vergroot de kleine dingen des levens en daarover moet gepraat worden. Met een vriendin.

‘De beste pastéis de nata komen uit Belém toch?’ vraagt ze.

‘Nee, nee, de beste pastéis de nata komen uit Romariz,’ zeg ik. En dat meen ik. Wat heel Portugees is want elk nationaal gerecht is enkel in eigen streek of huis het beste. ‘En in Belém verkopen ze de beste pastéis de Belém. Op hoogdagen verkopen ze er meer dan 30.000 per dag.’

‘Een paar jaar geleden heb ik er ook gekocht,’ verklapt mijn vriendin, ‘het werkt wel als je zegt dat het recept een oud geheim is.’

‘Maar de naam kon wel beter want het is tenslotte een kloosterzoetigheid en daar zijn er veel van, met veel leukere namen. Zoals de barriga de freiras (buik van de non) of papos-de-anjos (kletspraat van een engel) of fatias do céu (schijfjes hemel).’

Vroeger gebruikten de nonnen eiwit om hun habijt te stijven, en de broeders zuiverden er hun wijn mee. Of ze maakten er hosties van. Het eigeel werd aan dieren gegeven of bij het afval gegooid tot het land op grote schaal suiker(riet) importeerde uit Madeira en Brazilië. De pastel de Belém is een doçe conventual uit het machtige mosteiro dos Jerónimos. Ze zijn gepatenteerd en daarom heten alle andere pasteitjes, pastéis de nata, roompasteitjes.

‘Als die van Romariz de beste zijn, moet je er misschien een naam voor verzinnen,’ zegt mijn vriendin.

‘Pissend engeltje? Stichtend paradijs?’

‘Hmm, over het paradijs gesproken; het rommelt dus bij jullie?’

En toen hebben we nog anderhalf uur overlegd om het probleem te detecteren: tijdens de quarantaine schakelde Davy een versnelling hoger. Zoals een man zich op zijn werk kan storten. Maar ik schakelde een versnelling lager, was vaak overweldigd door de hele wereld met al zijn rampen die ons huis en mijn hoofd binnenkwam. We leven naast elkaar, wat ironisch is aangezien we vooral op elkaars lip leven.

Al een paar dagen trakteren we elkaar op ‘beeld zonder klank’

Al een paar dagen trakteren we elkaar op ‘beeld zonder klank’ maar overmorgen zijn we zeven jaar getrouwd. Toch is het ook boeiend om te zien hoe onze gewoontes het overnemen zoals regels dat doen tijdens een reddingsmissie.

In de winkel koop ik ijs voor hem en speciale tandpasta. Ondertussen ruimt hij een hoek in de patio op voor een fotoshoot die ik een week eerder had aangekondigd. Ik heb beeld van de binnenkoer nodig voor mijn nieuwe website. Ik poets het hele huis en hij kookt. Na het eten maak ik voor hem een veganistische chocoladepudding. Die van Alpro zitten in plastic verpakt en koopt hij niet meer. Als ik de dag erna enkele planten wil verplanten, haalt hij zwijgend een zak aarde van 25 kilo uit de schuur.

‘Dat geeft wel een beetje moed, maar stel je voor dat we nog zo’n 25 jaar op die manier leven. Als een functionerende alcoholist,’ zeg ik tegen mijn vriendin, ‘Daarvoor zijn we niet naar hier verhuisd.’

‘Zo zitten jullie niet in elkaar.’ reageert ze. ‘Jullie vinden wel een manier.’

Maar onze trouwdag brengt Davy in de moestuin door. Ik houd een grote lenteschoonmaak en maak burgers die ik invries… De economie blijft draaien maar ten koste van wat?

Als ik me in de late namiddag afgepeigerd op het zonneterras installeer, komt Davy erbij staan met een doosje waar twee pastéis de nata in liggen en ik lach heimelijk. Hij kent het spreekwoord niet. Ik hijs me overeind en haal de fles champagne die al enkele maanden in de koelkast ligt. Terwijl ik de glazen vul leg ik hem kalm het spreekwoord uit. We toosten, kijken elkaar in de ogen en nemen een hap van de pastel terwijl de zon de vermoeidheid van ons lijf jaagt.

‘Het is een vree affaire,’ zegt Davy schertsend, ‘verhuizen naar het buitenland.’

Ik knik.

Een vree affaire. Als dat geen mooie naam is voor de pastéis uit Romariz. Het zijn de beste van het land. En dat meen ik.