Rani De Coninck en ik delen dezelfde achternaam, hetzelfde geboortejaar en dezelfde geboortestreek. We houden het er vaak schertsend op dat we in een parallel universum broer en zus zijn. Of zijn we in dìt leven heel misschien toch verre familie van elkaar? Dat zou kunnen. Elke familie heeft een schone en een beest nodig. Rani moet er smakelijk om lachen als we ons neervlijen in het prieel dat haar huis in de buurt van Gent vergezelt. ‘Een zenplek,’ noemt ze het zelf. ‘Om te lezen, tot rust te komen, te genieten van de natuur en de kleine dingen die een natuurmens gelukkig maken. Watching the river flow.’
Ik ontmoette Rani voor het eerst toen ze net Miss Belgian Beauty was geworden. Ze was een van mijn allereerste interviewees, toen ik nog stage liep bij het maandblad dat toen de naam UIT-Magazine had. Ik ben niet helemaal zeker meer waar dat was, maar het was in een molen in de Zwalmstreek, de plaats waar ze samenwoonde met de vader van haar eerste twee kinderen. We publiceerden toen dat artikel met als titel ‘De Coninck te rijk’. Ja, toen kon dat allemaal nog zonder het risico op ontslag of een gevangenisstraf.
Maar kijk, we zijn vijfentwintig jaar verder en Rani met het brave pagekopje is een ontzettend sterke en intelligente en – vergeef me, vrouwlief – geweldig knappe vrouw geworden die haar bijna eerste halve eeuw met gratie en bravoure draagt.

Wie ben ik om door er één ingrediënt aan toe te voegen te claimen dat het plots mijn recept is?

We ontmoeten elkaar in de weken dat De Slimste Mens ter Wereld op tv is. Rani is plots niet meer weg te branden van de buis. Terwijl ze dacht dat het stilletjes aan voorbij was. In tv-land zitten ze niet langer te wachten op een rijpe vrouw, vermoedde ze. Maar het ging plots weer snel. Een succesvolle radioshow op Joe. Een boek over leren plannen in keuken en huishouden. En de Slimste Mens, waar zij een verademing en verfrissing was met haar spontane humor en lachsalvo’s.

Heb je overigens ooit de Nederlandse versie van De Slimste Mens ter Wereld gezien?
‘Nee, maar ik weet wel dat ze in het begin geprobeerd hebben om de Vlaamse versie te kopiëren. Wel, in Nederland lukt dat dus niet. Daar is een quiz een quiz en is humor humor. Je kunt die twee niet met elkaar rijmen. In Vlaanderen is dat totaal geen probleem. Toen ik nog bij VT4 werkte, was ik ooit eens een dag bij een Nederlandse coach. Zij vertelde me ook dat het in Nederland niet kan dat je de winnaar van een quiz wegstuurt zonder een bloemetje of een andere prijs.’

Nederland heeft een totaal andere televisiecultuur.
‘Vreselijk. Ik was er ooit voor de opnames van Spoorloos, dat toen ook naar België kwam. Ik heb daar grote ogen getrokken. Alles wordt tot in de puntjes voorbereid. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Professionele acteurs worden ingehuurd om de zogezegd spontane gesprekken voor te bereiden en moeten beginnen huilen wanneer verondersteld wordt dat de gast in kwestie op antenne ook zal beginnen huilen. Dan werd er gerepeteerd hoe de presentatrice daarop moest reageren, hoelang de stilte moest duren en of de gast een zakdoekje kon gebruiken.’ (lacht)

Toen je tijdens de eerste aflevering van De Slimste Mens zei dat je een boek zou uitbrengen, reageerde onder meer de jury daar nogal lauwtjes op. Weer een BV met een kookboek, werd gezegd.
‘Maar het is géén kookboek.’

Hugo Borst vond het flauw. ”Zeg dan gewoon dat het een kookboek is.”
‘Ja, haha. Maar dat is het dus niet.’

Maar wanneer is dan het idee ontstaan om géén kookboek te maken?
‘Uitgeverij Lannoo heeft me de vraag gesteld op basis van mijn Instagrampagina. Men had echt het idee om te focussen op de planning, de structuur en organisatie die ik in mijn dagelijkse bezigheden probeer aan te brengen. Ze vonden dat de lezer daar echt iets kon aan hebben. En dat klopt ook. Veel mensen vroegen me of mijn dagen toevallig langer waren dan de hunne. Het moest dus praktisch worden, maar ook gezellig. Het moest mijn persoonlijkheid uitstralen. Ik heb niet de pretentie te zeggen dat ik al die recepten heb uitgevonden. Ik deed meteen op de eerste vergadering al het voorstel om bij elk recept te vertellen wie het als eerste had gemaakt. Dat hadden ze ook nog niet vaak meegemaakt bij Lannoo.’
‘Die chefs hebben daar jaren voor gestudeerd en geëxperimenteerd. Wie ben ik om door er één ingrediënt aan toe te voegen te claimen dat het plots mijn recept is? Dat vond ik niet correct. Ik ben ook maar een mama die overal inspiratie haalt.’

Ik zou er heel ongelukkig van worden als ik kinderen zou hebben die niet graag over eten praten

Je had je er wel kunnen van afmaken door die recepten inderdaad een beetje te pimpen, maar het is een lijvig en inhoudelijk sterk boek geworden.
‘Ik heb veel stress gehad, hoor. Ik heb de kamer van mijn oudste zoon ingepalmd en toen hij er niet was, was ik daar aan het schrijven. Aan zijn inbouwkasten hing ik post-its in alle kleuren van de regenboog en soms schrok ik ’s nachts wakker met het dwingende idee dat een bepaalde post-it bij een ander hoofdstuk thuishoorde dan waar hij nu kleefde. “Ik moet dat recept veranderen, want die groenten staan niet op het veld op dat moment.”

Weinig mensen wisten dat jij altijd wel met eten en voeding bent bezig geweest.
‘Dat was een goed bewaard geheim, he, Toni.’

Toen men een presentatrice nodig had voor Mijn Restaurant, was het geen toeval dat ze bij jou uitkwamen.
‘Nee, dat denk ik niet. Ik praat altijd met veel liefde en respect over eten, én had empathie voor de kandidaten. Tijdens de vele wachttijden praatte ik met Peter Goossens en Dirk De Prins over eten. Dat waren aangename tijden.’

Waar is de passie eerst begonnen?
‘We waren thuis vroeger een bijna Italiaans gezin. Eten was de belangrijkste zaak. We zaten altijd met z’n zevenen aan tafel. In moderne gezinnen vallen de duiven om op het even welk moment binnen, maar dat was bij ons niet zo. Ik was de jongste en we zaten altijd met zeven aan tafel. Je at niet later, of bleef niet afwezig. Dat was een heilig moment.’
‘De jeugd heeft een andere agenda vandaag. Ik heb heel lang de agenda van mijn ouders gevolgd. Als zij zeiden dat we om vijf uur aten, dan zaten we om vijf uur aan tafel. Ik besef nu wel hoe belachelijk vroeg dat was. Maar we stelden ons daar geen vragen bij. Ik ben ooit één keer drie dagen lang alleen op reis geweest. Dat was de meest verschrikkelijke belevenis. Ik ging snelsnel eten en na een halfuur was ik terug op de kamer.’

Ik heb vaak uren alleen op restaurant gezeten in pre-gsm en -internettijden.
‘Wat deed je dan? Mensen bestuderen?’

Men kwam mij een krant of een magazine brengen.
’Hahahahaha. Mijn mama was echt wel de kok thuis. Mijn papa kon maar één ding klaarmaken: biefstuk-friet. En dat deed hij goed.’

Is nostalgie belangrijk voor jou?
‘We waren onlangs met Joe in de seventiesweek en gaven als prijs van die machines weg om kroketjes te maken. Ik werd met een smak teruggeflitst naar de kindertijd, toen mijn grootouders op bezoek zouden komen.’

Wij hadden thuis een elektrisch mes, met twee bladen. Dat rook altijd verbrand toen vader het vlees aansneed.
‘Ik heb dat mes zelfs nog (lacht).

Werd er vooral Vlaams gekookt thuis?
‘Hoofdzakelijk. Mijn vader heeft wel vier jaar in Pakistan gewoond, en mama twee jaar. Daardoor zijn er wel wat invloeden in de keuken terechtgekomen die je minder vaak in Vlaamse gerechten tegenkwam. Toen zaten we daar als kinderen te proberen, om het ten slotte na tien minuten op te geven omdat het veel te pikant was. En mama: “Tut-tut. Eet er een banaan bij. Dat doen ze in India ook.”

Heb je die liefde voor lekker eten ook aan de kinderen kunnen doorgeven?
‘Ja, hier wordt echt altijd over eten gepraat. Men is aan het middagmaal bezig en dan wordt vaak al de vraag gesteld wat we ’s avonds gaan eten. Mijn oudste zoon had dat al als klein kind. “Wat gaan we eten vanavond?” “Maar jongen toch, laat me even gerust, ik heb nog niet eens koffie gedronken.” Ik kreeg daar belachelijk veel stress van.

Maar eigenlijk was het een compliment.
‘Ik vroeg waarom hij dat altijd zo snel wilde weten. Wel, dan kon hij er naar uitkijken, vertelde hij. Als hij in de les zat, of in de bus naar huis. Dan begreep ik het wel. Ik herkende dat onmiddellijk. Ik heb dat vaak ook tijdens de radioshow. Praten over eten, dat is water in de mond, he. Ik zou er heel ongelukkig van worden als ik kinderen zou hebben die niet graag over eten praten, laat staan dat ze niet graag zouden eten.’

Die boer was vroeger geluidstechnicus bij de VRT

Mijn collega Ingrid heeft een bord in de keuken hangen waarop zij in het weekend schrijft wat van maandag tot vrijdag de pot schaft. Is dat herkenbaar?
‘Helemaal. Toen ik bij Joe begon, zat ik hopeloos in de knoei. Om 20u thuis, Leon in bed stoppen, die eerste dagen zaten we pas om negen uur aan tafel. Toen zei mijn man dat het nog zo lekker mocht zijn, maar 21u was echt geen gezond uur om te eten. Vanaf dat moment zijn we tijdens het weekend beginnen plannen, de meeste boodschappen doen, alles in huis halen, geen stress meer hebben. Dat verschafte mij rust en het gaf de kinderen ook rust. Ze vonden het plezant om dat mee in te vullen, ze voelden zich een stuk mee-verantwoordelijk. Ze engageerden zich dat zij er zouden zijn, dat ze zouden meeëten, dat ze het uit respect niet konden maken om zonder te verwittigen afwezig te blijven. En zo is het ook gebeurd.’

Critici gaan erop wijzen dat het alles bij elkaar toch niet haalbaar is om een dagtaak te hebben en dan na 18u nog te beginnen koken.
‘Maar jawel, dat zijn keuzes die je moet maken. Je moet beginnen met de organisatie. In het weekend je inkopen doen en er minstens al over nadenken wat je zult klaarmaken. Zo vermijd je haastwerk en het is ook bewezen dat je op die manier gezonder eet. Want je hebt altijd groenten in huis. Het alternatief is dat je snel een lasagne meebrengt op weg naar huis. Vraag het om het even welke chef, en ze zullen allemaal zeggen dat alles bij een goed plan begint. Bij een goede voorbereiding. Je verliest gewoon erg veel tijd door altijd weer naar de kelder te moeten voor een ui of een teentje knoflook.’

Maar dwang is ook een stressfactor.
‘Uiteraard. Als je tijdens het weekend voorzien hebt om op woensdag balletjes in tomatensaus te eten, en je voelt je op woensdag ziek of je hebt zin om uit eten te gaan, dan kun je die balletjes nog altijd in het vriesvak stoppen. Het is geen dictatoriaal regime, he. Maar dan heb je het wel. En neem je je al voorsprong op volgende week.’

Ik vind het altijd bijzonder om naar Dagelijkse Kost te kijken, waarin Jeroen Meus op twintig minuten tijd een heerlijk gerecht op tafel tovert.
‘Hahahaha. Ik heb hier ook de boeken van Jamie Oliver op het schap. Jamie in vijftien minuten. Het zal wel. Jamie heeft een heel leger hulpjes in zijn keuken staan. Ik heb dat niet. Jeroen heeft overigens ook zeven fornuizen in zijn keuken. Dat hebben de meeste mensen ook niet.’

Nog even advocaat van de duivel. Je kunt tijdens het weekend ook een goed plan maken om op maandag frieten te eten, op dinsdag spaghetti, enzoverder.
‘Dat is ook een keuze, natuurlijk. Wij eten in het weekend ook wel eens frieten. Alles draait om de balans. Toen we hier kwamen wonen, zijn we lid geworden van een zelfoogstboerderij. Dat heeft ontzettend veel veranderd. Die boer was vroeger geluidstechnicus bij de VRT en was dat op een goede dag beu. Je betaalt voor een heel jaar en als de eerste groenten op het veld staan, ontvang je een mailtje van de boer. Want het is een moderne boer. Daarin staat op welk bedje je wat kunt oogsten. Soms staat er zelfs bij wat je ermee kunt bereiden, want er zijn groenten bij waar je nog nooit van gehoord hebt. Zo is mijn wereld groter geworden. Ik vertrek tijdens het weekend altijd van het veld. De basis is de mail van de boer. Dan vul ik aan. Kijk ik in mijn kookboeken en onderzoek ik wat ik ermee kan maken. Het moet vers en gezond zijn. Of soms ook minder gezond. Het plezier begint tijdens het weekend.’

Neem nu knolselder. Dat is toch een verdraaid lastige groente. Ik zie niet in hoe ik die thuis voor mijn gezin populair kan maken.
‘Heb je het al geprobeerd?’

Neen.
‘Kijk. Ik had bijvoorbeeld nog nooit van palmkool gehoord.’

Cavolo nero! Heerlijke Toscaanse wintergroente. Basis van de ribollita. De kool moet enkele nachten vriestemperaturen gevoeld hebben.
‘Ik moet dat opzoeken voor mijn volgend boek. (lacht uitbundig) Ik heb dat onlangs rauw onder mijn puree van zoete aardappel gedraaid. Of gewoon boerenkool. Heb je dat ooit in een supermarkt zien liggen? Nochtans, dat is iets van ons. Er is geen vliegtuig aan te pas gekomen. Dat is voor mij ook wel belangrijk. Zoek het niet te ver. We hebben zoveel lekkere producten. Natuurlijk eet ik graag een keer avocado. Ik ben er ook niet maniakaal in met andere woorden. Ik ben echt gelukkig dat we die boerderij in onze buurt hebben.’

Soms zeg je ja op een verkeerd moment

Koop je eigenlijk nog wel iéts in de supermarkt?
‘Ja, zoete aardappel bijvoorbeeld. Dat eten we graag en dat staat niet op het veld. Maar tijdens de zomer is het echt overdaad. Dan ga je aubergines halen en kom je met een veel te zware tas terug. De boer geeft ook wel instructies. Bloemkool is bijvoorbeeld extreem populair. Dan mag je bij de eerste pluk maar één bloemkool per volwassene oogsten. Maar soms zijn er ook veel te veel pompoenen. Dan mag je echt meenemen wat je kunt dragen. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat je je hele straat gaat voeden. We hebben wel een soort wachtwoord dat we kunnen vragen als we iemand niet kennen, maar voor het overige draait dat op tomeloos vertrouwen.’

Het voorbije jaar zijn de puzzelstukken weer op hun plaats terechtgekomen, niet?
’Ik herinner me dat mijn man, die in een ver verleden mijn baas was, in het begin vond dat ik op alles veel te snel ja zei. En mij pas in tweede instantie afvroeg hoe de dingen precies in elkaar staken. Past het wel bij mijn imago? Hij vond me wel kritisch, maar in een tweede fase. Ik heb altijd geloofd dat door ja te zeggen, er nog veel meer vragen zouden komen om ja op te zeggen. Soms zeg je ja op een verkeerd moment of tegen een verkeerde mens, maar de juiste ja’s hebben me altijd veel veerkracht gegeven. Ook de minder goede momenten leiden je naar nieuwe paden.’

Dank je, Rani.
‘Graag gedaan, broer.’ (schatert het uit.)

Door Toni De Coninck