Een hotelbuffet heeft een eigen psychologie. Bij momenten is het zelfs een sociologisch experiment, waarbij ik verborgen camera’s vermoed. Het is de enige plek op vakantie waar zoveel nationaliteiten samenkomen met een overvloed aan gewoonten en zeden, en dat op een zo kort mogelijk tijdsbestek.
Na dertig jaar hotelbuffetten kan ik met aan de perfectie grenzende waarschijnlijkheid bepalen uit welk land de reiziger afkomstig is.

Engelsen zijn doorgaans wat ouder. De man heeft een comb over en draagt een grijze pantalon en een geel overhemd met korte mouwen, de vrouw een bloemetjesjurk. Ze praten fluisterend met elkaar, af en toe wordt er spaarzaam gelachen, alsof ze een goed bewaard geheim delen dat niemand anders in het hotel mag te weten komen.

Spanjaarden zie je doorgaans niet aan een buffet, tenzij je héél lang blijft natafelen. Spanjaarden vinden 22u als sluitingstijd een vreselijk onrecht, en proberen in het half uur dat hen rest zoveel mogelijk restjes jamón bij elkaar te schrapen.

Jongere Nederlanders hebben een lagere drempelwaarde voor alcohol

Spanjaarden en Duitsers ontmoeten elkaar niet of nauwelijks op reis. De Duitser gaat dineren wanneer een Spanjaard zijn lunch beëindigt. Hij is vragende partij om het buffet al om 16u30 te openen, omdat Abendbrot nu eenmaal dient te worden genuttigd wanneer het gestel daarom vraagt. Na de maaltijd gaat de Duitser nog een kleine Spaziergang van ruwweg tien kilometer maken, en dat doe je niet in het donker.

Duitsers zijn kampioenen in eufemistisch mompelen. Je zegt in Duitsland niet: ‘Mmm, dat is lekker!’, maar wél ‘Jo, kann man essen.’ Je hebt het ook nooit over fantastische wijn, maar over ‘lässt sich trinken.’

Duitsers zijn niet erg modebewust. Als je aan het buffet een rijpere dame met paarse coupe ontwaart, dan is het in 90 procent van de gevallen een Duitse. De andere 10 procent is Nederlands, al zorgt koperoranje voor concurrentie.

De Fransen zijn aan het buffet vrijwel zonder uitzondering mijn favorieten, omdat ze zo overdreven ageren dat je niet anders kunt dan ermee in een onbedaarlijke lach schieten.
‘Ah, du vin Espagnol? Ouhlalala.’
‘Le poisson? C’est du n’importe quoi.’
‘On va quand même avoir un apéritif? Quel bordel!’
Fransen zijn niet zo vaak groter dan een meter zestig en liggen onder de sloef van hun vrouw. Er is maar één persoon erger dan een protesterende Fransman, en dat is een protesterende Fransvrouw.

Dan komen we in de categorie van de luidruchtigen.

Nederlanders.

Nee, dat is geen cliché. Jongere Nederlanders hebben een lagere drempelwaarde voor alcohol – ik laat de Heinekengrapjes achterwege, zo ben ik wel. Maar ergens zit er een schakel in hun hersenen die overstag gaat in gezelschap. Een Nederlander is niet eens zo luidruchtig, maar dat verandert snel naarmate de groep groter wordt en het gedrag lalliger.

Italianen.
Oké, Italianen zijn geboren met een moedersyndroom. Ik veronderstel dat ze op hotel nog steeds om hun mamma roepen. Het is niet eens een discussie, laat staan een ruzie. Het is een spontane vorm van amusement die bij dolce vita hoort als campari in een negroni.

Een pull-over waarvan de mouwen in elkaar worden gevlochten voor de buik.

Van de Russen worden we de voorbije jaren in aanzwellende mate gespaard. Het wordt moeilijker voor Russen om naar Europa te vliegen, en dat is alleen al omwille van hun tafelmanieren een uitstekende zaak. Een Rus wil altijd en overal zakouski, de tafel moet vol met overvolle bordjes. Friet wordt met carbonarasaus gegeten, en ik heb ooit een bol vanille-ijs op een moot zwaardvis zien smelten. Ze creëren hun eigen buffet en het maakt hen geen zak uit hoeveel voedsel nadien in de vuilnisbak belandt. Ik wil niet zo ver gaan om te stellen dat Russen onbeleefd zijn, maar regels zijn er om gebroken te worden: Russen zijn by far de slechtst geklede en meest onbeleefde toeristen ter wereld. Waarom wil je als jong meisje trouwens een tanga van Versace aan als niemand die kan zien omdat hij helemaal in je bilnaad zit? (Oké, volgende keer heb ik het over zwembadpsychologie.)

We moeten het tot slot over de Belgen hebben. Ik wil geen communautair gehannes aan mijn hoofd, en dus zal ik geen onderscheid maken tussen Vlamingen, Walen, Brusselaars en de zestigduizend Eupenaars en Sankt Vithers.

Belgen zijn de liefst geziene gasten in alle vier- en vijfsterrenhotels van Zuid-Europa. We laten het graag breed hangen op vakantie, geven buitensporige tips aan de knappe ober (m/v), en zagen doorgaans alleen tegen elkaar. Witte sokken in sandalen, dat ook. Een pull-over waarvan de mouwen in elkaar worden gevlochten voor de buik. Mannen die roze polo’s dragen. McGregor. Nog andere kleren die vlak voor reis in de solden van de Inno zijn gekocht. Rokjes die aan het begin van de vakantie nét te krap zijn (en aan het eind uit elkaar scheuren.) Een Vlaming op reis, dat is het alter ego van een Vlaming online. Grote mond, klein hartje.

Ik heb vandaag aan het ontbijtbuffet een Sloveen ontmoet. Vriendelijke mens. Droge humor. Ik had hem niet herkend.

Ontdek nog meer artikels over ...